Flierefluiter

Flierefluiten┬ávolgens de dikke van Dale uit 1984: “(alleen onbep. w.), (gew.) loszinnig rondzwerven; pierewaaien, nietsdoen.”

Flierefluiter volgens de dikke van Dale uit 1984: “m. (-s), losbol, nietsnut: die flierefluiters die her en der lopen om meisjes ’t hoofd te verdraaien (Streuvels).”

Ik vind het vooral een heel vrolijk woord, het heeft iets luchtigs en ontspannens. Al is het wel vreemd dat volgens deze beschrijving blijkbaar alleen heteroseksuele mannen kunnen flierefluiten.

4 gedachten over “Flierefluiter”

  1. Leuke titel! Bij het woord flierefluiter denk ik altijd aan (het personage) Flierefluiter uit Merijntje Gijsen van A.M. de Jong, een inspirerend figuur. Op zich misschien niet gek als het zo is dat deze menselijke neiging tot genieten en luieren het meest naar boven komt in de minst onderdrukte groep?

    1. Hoi Rymke,
      Bedankt voor de boekentip. Ik heb Merijntje Gijsen uit de bieb gehaald en ga het lezen. Ben benieuwd hoe die flierefluiter leeft.

  2. – Je conclusies deel ik allebei, hoewel jij het woord ‘vreemd’ alleen op een bron uit 1984 baseert… Wat zegt de nieuwste versie?
    – De dikke van Dale moet zonder slot-n, en ‘ontspannen’ zou logischerwijze ‘ontspannens’ moeten zijn.
    – Het paginabeeld is prachtig!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *